Het toevoegen van een tussenring aan uw lens verhoogt de vergroting. Om de nieuwe vergroting te berekenen, voert u de gegevens van uw lens, de camera en tussenring in de calculator in:
De theorie
Een tussenring is een holle buis zonder optiek. Het enige doel ervan is om uw cameralens verder van uw camerasensor te plaatsen. Dit verkleint de minimale scherpstelafstand en stelt u in staat om uw camera dichter bij het onderwerp te brengen.
Dingen die dichterbij zijn, lijken groter dan dingen die verder weg zijn!
Het is een heel eenvoudig concept dat geweldig is voor macrofotografie. De extra vergroting wordt berekend door de lengte van uw tussenring te delen door de brandpuntsafstand van uw cameralens. Hierbij wordt standaard uitgegaan van een full frame sensor. In deze calculator dient u aan te geven wat voor soort camera u heeft.
Voorbeeld:
Als u een 100mm-lens en een 50mm-tussenring hebt, is de extra vergroting 50/100 = 0,5. Zou u een Canon camera hebben met een APS-C sensor dan benut u minder van de lens en wordt deze 100mm-lens een 162mm lens. De cropfactor is 1,62. Het wordt dan 50/162 = 0,31
Het is belangrijk om te weten dat dit extra vergroting is. Elke lens heeft een bepaalde vergroting bij de minimale scherpstelafstand. Om de vergroting van uw lens en tussenring te vinden, telt u de extra vergroting eenvoudigweg op bij de lensvergroting.
Samenvattend: als we een 100mm-lens hebben met een vergroting van 1, en we voegen een 50mm-tussenring toe, dan komen we uit op een uiteindelijke vergroting van 1 + (50/100) = 1,5. Voor de Canon camera met APS-C sensor is deze rekensom 1,62 + (50/162) = 1,93.
Wat wordt bedoeld met vergroting?
Lensvergroting verwijst naar de grootte van het onderwerp ten opzichte van de grootte van het beeld dat op de sensor wordt gevormd. Meestal wordt een scène die groter is dan de sensor door de lens verkleind, zodat het beeld van de scène op de veel kleinere sensor past. Een lens die het beeld met een factor 4 verkleint, wordt gerapporteerd als een vergroting van 0,25x of 1:4 (het beeld op de sensor is 1/4 of 0,25x zo groot als het onderwerp).
De vergroting van een lens is het grootst wanneer u scherpstelt op iets dat zich dicht bij de lens bevindt – daarom wordt de vergroting van een lens meestal weergegeven voor de minimale scherpstelafstand.
Bij macrofotografie gebruiken we een vergroting van minimaal 1x (of 1:1). Bij een vergroting van 1x is het beeld dat op de sensor wordt gevormd even groot als het onderwerp. Echte macrolenzen vereisen per definitie een vergroting van minimaal 1x. Door een tussenring toe te voegen, kunt u deze vergroten tot boven 1. In dergelijke gevallen vergroot u het beeld op de sensor feitelijk tot meer dan levensgroot.
Met tussenringen kunt u van een bestaande lens die geen macrolens is toch een macrolens maken. Als voorbeeld nemen we de Canon EF 50mm f/1.8 STM. Deze lens heeft op een camera met full frame sensor met een tussenring van 40 mm de macro standaard bereikt.
Het is wel belangrijk om te weten dat er ook dichterbij scherp gesteld wordt. Bij deze lens is dat normaal gesproken 35cm vanaf de sensor. Daar zit dus een stuk van de camera bij en is afhankelijk van het type al gauw zo’n 4,5cm en de lens is zelf 3,93cm waar 0,7cm afgaat van de sluiting die in de camera valt. Het voorwerp is dan 35cm – 4,5cm – 3,23cm = ruim 27cm vanaf de lens. Met tussenringen komt het dichterbij. Je kan dus niet oneindig ringen plaatsen. Het is voor elke lens anders maar de afstand van de tussenringen mag in de regel niet meer in mm’s bedragen dan dat de brandpuntafstand van de lens is. In dit geval dus 50mm aan tussenringen. Dat is in dit geval 1,21 : 1 mits het scherpstelpunt niet in de lens valt.
Met tussenringen kan er niet meer scherp gesteld worden op oneindig. Als je vertrouwd bent met macro zal je alleen maar dichtbij willen scherp stellen. Je werkt ook meestal niet met de scherpstelring maar met het verplaatsen van het voorwerp of de camera.
Zie ook het stuk over scherptediepte. Dit verandert met macro fotografie.
