Ik heb vroeger geleerd dat een 50 mm objectief overeen komt met het menselijk oog. Plaats je een 50 mm objectief op een camera met APS-C sensor dat is dat geen 50 mm op je beeld maar 1,6 x 50 mm = 80 mm. Het is dus een lichte telelens.
Een menselijk oog heeft een brandpuntsafstand die overeen komt met ongeveer 50 mm op 35mm filmformaat. Hoe is dit om te rekenen naar andere formaten (CCD tot vlakfilm)? Simpel, daar kan de formule van Pythagoras voor gebruikt worden. Voor 35mm film komt de formule neer op vierkantswortel(24^2 + 36^2) ~= 43-44 mm. Voor een 6×6 film is dit dus vierkantswortel(7200) ~= 85mm. Deze objectieven laten dus in principe precies hetzelfde zien als het menselijk oog bij die respectievelijke filmformaten.
Nemen we de sensor van Canon (APS-C) dan is die 22,2 mm x 14,8 mm en dat is in de formule van Pythagoras vierkantswortel(14,8^2 + 22,2^2) ~= 27 mm
Wat is de brandpuntsafstand van onze ogen?
Theoretisch gezien is het antwoord ongeveer 17 mm, maar de beelden die naar je hersenen worden gestuurd zijn niet wat je “ziet”. Je lens produceert geen scherp beeld tot aan de randen, maar focust voornamelijk in het midden. Omdat je netvlies gebogen is, heb je eigenlijk bijna 180 graden perifeer zicht (dus dichter bij een 8 mm groothoeklens). Je hebt een hoge dichtheid van staafjes in het midden van je gezichtsveld, dus de resolutie en kleurdiepte zijn in het midden verhoogd. De periferie heeft meer staafjes, dus het contrast is iets meer uitgesproken buiten het midden. En dan heb je eigenlijk een groot gat in het linker- of rechteronderkwadrant van het beeld van elk oog waar je oogzenuw loopt. Je hersenen nemen deze bizarre beelden dan, draaien ze om, combineren ze en voeren “generatieve vulling” uit om de gaten te vullen, je neus te wissen en zelfs de randen te vullen, zodat je nooit het gevoel hebt dat je door twee sleutelgaten kijkt. Het is echt raar als je een hand bij je oor legt en met je vingers wiebelt terwijl je recht vooruit kijkt, je hand heen en weer beweegt om precies te bepalen waar je zicht eindigt. Je kunt een beetje een idee krijgen van hoe je hersenen invullen wat ze denken dat er moet zijn.
Daarom is deze vraag eigenlijk onmogelijk te beantwoorden. Je oog werkt niet precies zoals een bestaande camera lens, en het beeld dat het produceert wordt zo sterk verwerkt door je hersenen dat geen enkele lens zijn esthetiek echt zou kunnen nabootsen.
De standaard lens op full frame is ongeveer 50 mm. Wat je door de lens ziet en daarna zonder lens is ongeveer even groot. Dus is de 50 mm lens een aardige benadering van het menselijk oog. Het object wordt niet verkleind en niet vergroot. Het is standaard. Maar ze zijn natuurlijk niet te vergelijken.

Is de sensor (APS-C) bij een gelijke lens (50 mm) kleiner dan zoomen we dus als het ware in en krijgen we dus een vergroting.
Een full frame camera sensor (36 x 24) geeft bij 50 mm brandpuntsafstand een nagenoeg gelijk beeld aan de werkelijkheid en Canon cropped camera sensor (22,2 x 14,8) geeft dit bij 31 mm brandpuntsafstand.
We kunnen bovenstaande lijst nog langer maken. Hij start bij de Samyang 8 mm wat de kortste brandpuntsafstand is en loopt door tot de Canon 800 mm wat de langste brandpuntsafstand is voor een Canon EF-S/EF body. De tele-converters 1.4x en 2x kunnen er 2 x 800mm = 1600mm van maken.




De lijst bevat alles wat mogelijk is met de Canon EOS 200d van cropped 13 mm tot en met cropped 2560 mm. Het is niet zo dat een teleconverter op elke lens kan. De 1.4 x teleconverter van Sigma kan met een select aantal lenzen van Sigma samenwerken en dan nog geen eens autofocus over het hele gebied. Iets wat je met macro merkt omdat het aan het begin van het bereik zit. Op de langere afstanden werkt het wel.

